Vergeten (3)

En in de veiligheid van haar zorgzame omgeving durfde ik verder en dieper. Ook omdat er niks anders opzat. Het was alsof mijn binnenkant zich vastklampte aan het langzame genezen en herstellen van mijn buitenkant. Alsof de klappen op de buitenkant het signaal waren voor de wederopstanding van wat ik was vergeten. Wat ik had willen vergeten. Nu niet meer. En meer kwam er. Golvend, onontkoombaar.

Natuurlijk was ze ook in de smaak gevallen bij mijn familie. Vooral mijn vader droeg haar op handen. Meteen al. Mijn vader had zo zijn eigen manier van beoordelen van mensen. Of eigenlijk was het niet eens beoordelen. Hij mocht je, of hij mocht je niet. En dat was dat. Al was hij beschaafd genoeg om normaal om te gaan met mensen die bij hem niet in het pulletje vielen. Maar als zoon van de vader, met gedeeltelijk geërfde eigenaardigheden, had ik natuurlijk altijd meteen door wat hij van iemand vond.
Meestal vond hij het maar niks, als ik met een nieuwe liefde thuis kwam. En al deed hij dan vriendelijk en voorkomend tegen de dame in kwestie, ík merkte het wel. Ik merkte het verschil. En daar kon ik knap pissig van worden. En het voelde ook heel vervelend, omdat ik wist dat zijn oordeel toch nooit meer zou veranderen.

Of hij nou altijd gelijk had, dat weet ik niet. Degenen die hij niet mocht, dat bleken voor mij geen blijvertjes. Maar of dat nou kwam omdat ik wist dat voortaan elk bezoekje aan het ouderlijk huis voor mij vervelende gevoelens zou opleveren, of omdat de vlam alleen een vlammetje bleek, dat was iets wat moeilijk vast te stellen was.
Het deed er ook niet toe, eigenlijk.
Wat er wel toe deed was dat Rianne al heel snel kennis wilde maken met mijn vader. En ook met mijn broer en zus. Ik had geen bezwaar. Ik had meteen al genoeg vertrouwen in haar, én ik kon me sowieso niet voorstellen dat mijn vader niet als een blok zou vallen voor haar.
Dus maakten wij het ritje naar het huis waar ik in mijn jeugdjaren aardig wat discussies en ruzies met mijn vader had uitgevochten. En waar ik nog regelmatig kwam, met of zonder vlammetjes.

Ik moest wel lachen om de manier waarop mijn vader reageerde op Rianne. En om de manier waarop zij hem om haar vinger wond. Kansloos was ie. En zoals dat dan ging was niks hem teveel om het zijn nieuwe gast naar de zin te maken. Het liep tegen het genante aan, maar de blik die ik even later van hem kreeg maakte dat ik hem dat met liefde vergaf. Liefde genoeg. Op het eerste gezicht. Fijn om te voelen dat het ook rozengeur en maneschijn kon zijn in het huis dat zijn kruis wel had gehad. Maar dat was vroeger, dat was voorbij. Zalig zijn de onwetenden.

Wat ikzelf minder rozig en manig vond was het feit dat Rianne en mijn vader in sommige opzichten twee handen op een buik werden. Die sommige opzichten, dat was ik. Uiteraard. Mijn vader had altijd overduidelijk gemaakt dat ik het beste uit mezelf moest halen. Op zijn manier. Wat niet altijd even goed overkwam bij mij, dat eeuwige gedram en geëmmer. Rianne wilde hetzelfde, maar haar manieren werkten wat beter, om het zo maar te zeggen. En dat had mijn vader vrij snel door. Samenzweren. Heel fijn... Twee handen op een buik. Heel verfijnd ook. En zo voorzag mijn liefhebbende vader zijn nieuwe bondgenoot en mijn grote liefde van allerlei tot dan toe geheim gebleven munitie uit mijn verleden, zodat zij de missie kon voltooien. En mijn vader eindelijk eens op zijn lauweren kon rusten, met sardonisch genoegen.
Ik zuchtte maar eens. En ik wist dat het goed was. Ik voelde me zalig.

Zaliger. Onwetend. Van wat komen zou. Herinneringen. Kleur gevend aan grauwe duisternis. Troostende klanken uit het verleden. Een verleden dat zijn meest gruwelijke kleuren nog niet aan mij had onthuld. Maar ik wist dat het kwam, ik voelde dat het moest. Ooit onvoorstelbaar, nu onontkoombaar.

Free Blog Counter