Leven (5)

Heel langzaam begon de buitenwereld een beetje tot me door te dringen. Al was er weinig buiten aan deze wereld. Tenzij ik in een bijzonder klinisch ingericht hotel was beland bevond ik me dus in een ziekenhuis. Liggend in een ziekenhuisbed nog wel. Dat leek me geen goed nieuws.
Ik probeerde mijn hersens in gang te zetten, om te achterhalen hoe ik hier in godsnaam was beland. Maar mijn hersens hadden er niet zo heel veel zin in, merkte ik. Ik keek voorzichtig om me heen. Maar niet voorzichtig genoeg.

Want ik schrok. Zij zat naast mijn bed en keek me zorgelijk aan. Toen merkte ik pas dat ze mijn hand vasthield. Het was misschien maar goed dat mijn gevoel net zo suf en vertraagd leek te functioneren als mijn moeizaam en pijnlijk aanvoelende hoofd. Of wat daar nog van over was. Want het deed echt aan alle kanten pijn. Van buiten, van binnen, van voren, van achteren, van onder, van boven. En mijn neus, daar was ook al iets mis mee.
Wat een klotezooi! Maar waarom zei ze niks? En die zorgelijke blik baarde mij zorgen. Want ik begon me te realiseren dat ik haar nu pas weer voor het eerst zag sinds ik hard en nog net niet gillend was weggerend. Weggerend van wat eigenlijk? Alles wat me ooit messcherp en glashelder voor de geest had gestaan leek nu bedekt met een dikke laag watten, het was allemaal wazig en onscherp. Al was dat voor het moment op een bepaalde manier geruststellend. Even niet meer alles weten.

Onze blikken bleven in elkaar verstrengeld. En hoewel mijn gevoel dus niet echt in optimale staat was voelde ik toch. En ik voelde veel. En ik voelde geen boosheid. Voor zover ik in staat was me te verbazen, verbaasde ik me daarover. En zorgde de bijpassende gelaatstrek van de opgetrokken wenkbrauwen voor een pijnlijk gevoel, gepaard gaande met het besef dat mijn gezicht er wat anders uit moest zien dan het in betere tijden had gedaan. Hoewel... betere tijden?
Gezien de intense, intieme, in en in innige manier waarop ze me bleef aankijken waren dit misschien helemaal niet zo'n slechte tijden. Ik hoopte dat ik met mijn blik de hare op een passende manier kon beantwoorden. En dat ze meer zag dan angst, schuldbewustzijn, pijn, verdriet. Mijn gehavende buitenkant hielp in ieder geval niet mee. Het moest dit keer van de binnenkant komen.

Free Blog Counter