Vergeten (2)

We hadden het mooi, we hadden het goed, we hadden het leuk. Elke dag met haar was een feestje. En soms ook niet. Want het kon ook verschrikkelijk donderen en bliksemen tussen ons. Dat lag niet alleen aan haar, hoewel zij de meest emotionele was. In alles spatte bij haar de passie eraf. Emotioneel, neiging tot af en toe net even wat teveel drama. Aan dat soort mooiïgheden kon je merken dat er in haar familie Zuid-Europees bloed aanwezig was. Of dat bloed nou ook nog via Zuid-Amerika een omweg had gemaakt, dat was me nooit helemaal duidelijk geworden. Haar familie had dat wel eens uitgezocht, dat wel. En het zou zomaar kunnen, dat ook.

Maar wat er dan ook voor mengelmoes aan bloed in haar vloeide en bij tijd en wijle kookte, aan haar puurheid deed dat niks af. Want dat was ze. Puur. Zuiver. En echt. Soms ontnuchterend echt. Zoals haar verschijning iets mysterieus had, ietwat lichtgetint, lang golvend bruin haar, zo hadden haar ogen, en ook vaak de kleding die ze droeg, juist felrealistische kleurschakeringen die van het geheel vaak tot iets verbijsterend oogverblindends maakte.

Tijdens en na die donder en bliksembuien die er dus ook wel waren tussen ons, had ik soms het idee te hallucineren. Niet alleen haalde zij mijn passie naar boven, maar ook mijn 'furia', als de tijd er rijp voor was, de lucht zwanger en het gemoed net even te vol van het leven. Dan stond ik kort maar hevig te razen tegenover het mooiste schepsel ter wereld, met haar als kristallen ingelegde azuren ogen die schichten spuwden, haar gepenseelde sensuele mond waaruit de donder rolde. Surrealisme ten top, hallucinerende werkelijkheid.

Niks opkroppen. Niks uren praten. Niks dagen mokken. Niks laten sudderen. Niks laten bederven. Pats. Boem. Klaar. Geef het leven, de liefde de ruimte.

En juist dat, dat wat ons samen zo sterk maakte, juist dat was ik zonder haar vergeten. Niet alleen vergeten. Afgezworen. Weggestopt. Diep van binnen. Stilstaand water. Om jarenlang te doen wat zij en ik nooit hadden gewild. Zij vooral. Zij wist hoe ik was. Zij wist dat ik kon mokken. Kon sudderen. Kon bederven. En ze wist ook hoe slecht dat voor mij was. Zonder haar. Kon ik niks anders. Verraad van alles wat ze me had gegeven. De lucht van jarenlang stilstaand water. Diepe gronden. Penetrante stank.

En zo deed mijn geheugen, mijn herinnering, mijn gevoel, mijn hart, mijn hele ik dan toch wat ik tien jaar lang had weten tegen te houden. Het voelde allemaal ontnuchterend écht. Maar het moest, want in deze stank was niet meer te leven. De ramen open, laat het maar donderen, laat het maar bliksemen, laat het maar komen, laat het maar gaan.

Free Blog Counter