Leven (1)

Dan zit je daar, op een strand. Heel alleen. Denk je. Heel even. Al ben je eigenlijk nooit alleen. Je bent altijd met jezelf. Maar daar dacht ik even niet aan. Ik dacht dus dat ik alleen was. Op een strand. Maar dat was dus niet zo.
Ook wel gek dat ik dat dacht. Want even later hoorde ik muziek, gepraat, gelach, en dat moest er ook al zijn geweest toen ik dacht dat ik alleen was. 

Ik keek om me heen, en vlak bij mij zat een groep mensen, mannen en vrouwen. Aan het doen wat mensen doen op een strand. Best normaal eigenlijk. Opeens voelde ik mezelf ook wat normaler worden. Dat voelde eigenlijk best fijn. Normaler zijn. Of misschien zelfs wel helemaal normaal zijn. Wat ook wel fijn voelde was die vrouwenhand die zachtjes, bijna teder, in mijn nek gelegd werd. Die hand zat vast aan een vrouw die naast mij kwam zitten. Tegen mij aan, arm om mijn nek. Innig. Ze keek mij aan, ik keek haar aan. Ik zag warmte in haar ogen. Wat zou ze bij mij zien?

Ik had geen tijd om me dat af te vragen. Haar lippen zochten mijn lippen, mijn lippen vonden de hare. Zoenen. Fijn. Heerlijke menselijke genegenheid. Maar dit was meer dan dat. Langzaam hielden mijn gedachten op. Ook fijn. Even niet denken, alleen maar voelen. Ik voelde nog meer innigheid, en ik voelde dat zij dat ook voelde.
Zo was het goed. Even. Best lang.

Free Blog Counter