Zij (2)

'Ik kreeg midden in de nacht een telefoontje. Ik schrok me dood. Mijn broertje. Opgewonden, geschrokken. Vertelde dat Mats het ziekenhuis in geslagen was. En geschopt. Hij stond erbij toen ze hem de ambulance in droegen. Bewusteloos, overal bloed.'

'Hij was hem eerder die avond tegengekomen, en liep heel toevallig langs de plek waar ze hem te pakken hadden genomen. Politie was er toen al, ambulance kwam er net aan. Veel mensen eromheen. Erik vertelde me naar welk ziekenhuis ze hem brachten. Ik heb me snel aangekleed en ben er meteen naar toe gegaan.'

'Ik moest een aardig tijdje wachten, niemand wilde me iets vertellen. Eerst nog een heel gedoe omdat ik geen familie was. Dus heb ik ze maar even verteld hoe het zat, daarna werden ze ineens een stuk vriendelijker en zo. Wel gek dat ik het wildvreemde mensen eerder heb moeten vertellen dan Mats zelf. Maar er is wel meer gek de laatste tijd. Er was ook een vrouw die ik niet kende, maar die helemaal van streek was, misschien nog wel meer dan ik. Ik wist niet of ik iets tegen haar moest zeggen. Ik had ook niet geweten wat ik had moeten zeggen.'

'Uiteindelijk kwam een arts vertellen dat het allemaal mee leek te vallen, dat het waarschijnlijk bij flinke kneuzingen, een gebroken neus en een behoorlijke hersenschudding zou blijven. Mats moest sowieso de rest van de nacht blijven, morgen zouden ze verder kijken. Ze hadden hem aan de apparatuur gelegd. Ik mocht heel even naar hem toe, maar hij was nauwelijks bij kennis. Of eigenlijk helemaal niet. Natuurlijk deed het me wat toen ik hem daar zo zag liggen. Maar het voelde allemaal zo dubbel, zo vreemd.'

'En dan die vrouw die maar bleef snotteren. Ik kreeg er een heel raar gevoel van. Ik had Mats natuurlijk een aardige tijd niet gezien en niet gesproken. Wie weet was zij wel zijn nieuwe vriendin. Niet zo gek dus dat ik met een rotgevoel naar huis ging. Ik heb Erik gebeld, die is de rest van de nacht bij me gebleven. Tot het dag genoeg was om weer naar het ziekenhuis te gaan.'

Free Blog Counter